Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) in Den Haag noemt het voornemen van PvdA, D66 en GroenLinks om artikel 1 van de grondwet, het discriminatieverbod, aan te passen 'onacceptabel'. In de Tweede Kamer wordt 23 maart gesproken over discriminatie.

 

PvdA, D66 en GroenLinks zouden overwegen om het specifiek noemen van de verschillende discriminatiegronden - zoals discriminatie op basis van ras, geslacht, godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid - te schrappen. Het CIDI roept - samen met Atria, het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), COC Nederland, het Humanistisch Verbond, Ieder(in), Vereniging voor Vrouw en Recht 'Clara Wichmann' en het Inspraakorgaan Turken in Nederland - de Kamerleden woensdag in een brief op dit niet te doen. 

 

De organisaties herinneren de Kamerleden eraan dat joden, christenen, moslims, mensen met een niet-godsdienstige levensovertuiging, vrouwen en mensen met een andere huidskleur al eeuwen worden geconfronteerd met discriminatie die kon uitlopen op vervolging of moord. 'De grondwet is er om burgers hiertegen te beschermen, nu en in de toekomst. Daarom verbiedt de grondwet sinds 1983 discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht'. Het schrappen van die expliciet genoemde discriminatieverboden maakt artikel 1 volgens de acht organisaties tot een 'tandeloos artikel', waarvan onduidelijk is wie het nog waartegen beschermt'. Die onduidelijkheid is volgens hen niet in het belang van de groepen die bescherming het meest nodig hebben. 'Het moet nu en in de toekomst volstrekt duidelijk zijn dat discriminatie op welke grond dan ook verboden is'.